|
|
auteur detail
Dees, Nettie
boeken van deze auteur in het systeem:
|
|
Nettie Dees, Dordrecht nettiedees@planet.nl Wil je iets vertellen over je jeugd? Ik ben geboren op 9 september 1958 in Zaamslag. Dat is een klein dorp in Zeeuws-Vlaanderen, vlakbij Terneuzen. Ik was de op een na oudste in een gezin met zeven kinderen. Mijn vader had een kledingzaak. Ik ging ook in dat dorp naar school, naar de christelijke lagere school. Meestal zaten we met twee klassen, vroeger noemde je dat nog geen groepen, in hetzelfde lokaal. In de laatste drie klassen hadden we meesters die heel goed konden vertellen. Ik schreef ook wel graag opstellen. Dat deed ik liever dan rekenen. Geschiedenis en aardrijkskunde vond ik ook leuke vakken. En gymnastiek. Zwemmen en turnen waren mijn favoriete sporten. Als kind las ik ook wel maar niet opvallend veel, volgens mijn moeder. Ik hield van mijn boeken. Sommige zie ik nu nog voor me. Zoals de pocketboekjes van Irmgard Smits. Die gingen over een meisje in Limburg dat ziek werd, tuberculose kreeg ze. Dat vond ik zo mooi beschreven. Ik hield meer van zielige dan van spannende boeken. Iedere week een boek Natuurlijk lees ik naast boeken voor volwassenen ook kinderboeken, dat hoort er bij als je schrijft. Ik haal ze meestal uit de bibliotheek. Dan neem ik de reguliere schrijvers die veel in beeld zijn. En pas verschenen boeken. Behalve griezelboeken, die neem ik nooit mee want daar droom ik van. Er zijn wel boeken waarvan je wilt dat ieder kind die leest, kinderliteratuur. Het belangrijkste vind ik dat ieder kind vooral veel leest. Iedere week een boek. Door veel te lezen ontdek je zelf wel welke boeken van welke schrijvers je het liefst leest. Je ontdekt dan ook, dat het verandert als je wat ouder wordt. Of je gaat zoeken naar boeken die over een bepaald onderwerp gaan. In de bibliotheek staat dat allemaal keurig aangegeven. Wanneer ben je begonnen met schrijven? In 2000 is mijn eerste boek verschenen. Het was best bijzonder om te ontdekken dat ik kon schrijven en dat ik het nog leuk vond ook. Vroeger deed ik namelijk iets heel anders, ik was verpleegkundige. Pas toen de jongste naar school ging, ik was toen achtendertig, ben ik begonnen met schrijven. Vier kinderen hebben we, twee jongens en twee meisjes. Soms gebruik ik in mijn voorleesboeken dingen die de kinderen ook echt beleefd hebben. Dan verander ik ze wel een beetje. Mijn kinderen vinden dat helemaal niet erg. De hoofdpersonen zijn gewone kinderen die van alles beleven. Gewone dingen die overal om je heen gebeuren maar die voor een jong kind best spannend en bijzonder zijn. Ik schrijf ook voor kinderen in de leeftijd 10-12 jaar. De hoofdpersonen zijn tot nu toe meisjes maar jongens kunnen ze natuurlijk lezen. In deze boeken gebeuren andere dingen. Het gaat er om hoe de hoofdpersoon met iets omgaat, bijvoorbeeld een verhuizing, een meisje in de klas dat anders is, een bijzondere situatie thuis. Het is best belangrijk dat je ook weet hoe je moet schrijven. Je kunt het vergelijken met een sport, voetbal bijvoorbeeld. Je kunt best heel goed zijn met de bal maar je moet ook goed weten welke regels er zijn. En je moet werken aan je conditie. Zo is het ook met schrijven. Met alleen fantasie of gevoel voor kinderen ben je er nog niet. Je moet ook weten hoe je een boek spannend moet maken, hoe je gesprekken moet weergeven en nog veel meer technische zaken. Ik heb een tijdje op een schrijversschool gezeten. Daar leer je veel over de techniek. En je leert andere manuscripten (boeken in wording) te beoordelen. Dat laatste blijft belangrijk. Er moeten altijd mensen zijn die je boek lezen voordat het uitkomt. Dat is altijd iemand van de uitgever maar dat kan ook iemand anders zijn, een vriendin of een andere schrijver. Zo iemand noem je een schrijfmaatje. Waar krijg je ideeën voor uw boeken? De ideeën voor boeken ontstaan op verschillende manieren. Soms door iets wat ik lees en dat me raakt, soms door iets wat ik zelf als kind meegemaakt hebt. Of iets wat mijn eigen kinderen beleven. Er is altijd een aanknopingspunt in de realiteit. Natuurlijk heb ik ook veel fantasie maar dat is bij mij nooit de basis voor een boek. Soms weet ik de titel en schrijf ik daar het boek omheen. Dat was zo bij 'Oma gevraagd!' Het gebeurt ook wel dat ik eerst het hele boek af moet hebben voordat ik weet welke titel erbij past. Op mijn eigen kamer achter de computer is mijn vaste plek. Als ik aan een nieuw boek bezig ben, wil ik niets anders doen dan alleen aan dat boek verder werken. Maar er moet natuurlijk in huis ook wel wat gebeuren. Dat is wel eens lastig als je midden in het verhaal zit. Gelukkig hebben ze bij mij thuis daar alle begrip voor. Nettie Dees / WCK / AP
|
volledige bibliografie
Bibliografie: Voorleesboeken bij uitgeverij Callenbach: Vriendjes, 2000 Boterham met pindakaas, 2001 Ga je mee naar zee?, 2002 Max krijgt een vriendje, 2003 Een cadeau voor opa Suus, 2003 Max en Wouter op voetbal, 2004. De heen-en-weer boot, Callenbach, actieboek voor de onderbouw basisschool i.s.m. de Werkgroep Christelijke Kinderboeken. Schuilen in de stal, Callenbach, 2004 Glijden maar! (AVI 6/7), Callenbach, 2005 Superlenig AVI 6/7 , Callenbach, 2006 Oma gevraagd!, De Vuurbaak, vanaf 9 jaar, 2003 Anders dan je denkt, 10+, Callenbach, 2006 De omgekeerde wereld, Callenbach, 10+, zomer 2007. Vertalingen Bijbelverhalen uit het Oude Testament, uitgeverij Callenbach, 2003 Bijbelverhalen uit het Nieuwe Testament, uitgeverij Callenbach 2003
|
|